De maand waarin het Zwarte Woud even van jou is
In oktober is het bos warm van kleur, zijn de paden droog en zijn de dorpen weer van de bewoners. Waarom de late herfst het beste seizoen is om hier te lopen.
Er is een week in oktober waarin alles klopt. Het loofbos heeft dan zijn kleur, de zomerdrukte is weg, en de lucht is koel genoeg om een hele dag door te lopen zonder dat je moe wordt van de warmte.
Wij kwamen aan in Schonach op een dinsdagmiddag. Het dorp rook naar hout en natte bladeren. De eigenaresse van het pension wees ons meteen de kortste route naar het uitzichtpunt — vijfentwintig minuten, zei ze, en dat klopte tot op de minuut.
De volgende ochtend liepen we naar Triberg. Elf kilometer, tweehonderd hoogtemeters, en tussen negen en twaalf uur kwamen we drie mensen tegen: een boswachter en een echtpaar met een hond. In augustus zou dat pad vol hebben gestaan.
Waarom oktober werkt
De paden hier zijn breed, gegrind en vrijwel vlak: het Zwarte Woud is een wandelgebied dat zich niet tegen je verzet. In de zomer deel je die paden met fietsers en dagjesmensen. In oktober loop je een halve ochtend zonder iemand tegen te komen.
Temperatuur overdag 12–17 °C — ideaal om door te lopen.
De meeste hutten en pensions zijn nog open tot begin november.
Het licht is laag en warm, ook midden op de dag.
Buiten de vakanties zijn de kamerprijzen vijftien procent lager.
“Ik was bang dat het te koud zou zijn. Het was juist de eerste week waarin ik niet één keer heb zitten puffen”
Waar je slaapt
Reken op kleine familiepensions in de dorpen langs de route. Ze zijn eenvoudig, warm en bijna altijd geleid door mensen die zelf de wegen kennen. Vraag bij het inchecken naar de route van de volgende dag — je krijgt vaker een betere versie dan de gedrukte.
In Schonach betaalden we zesenzeventig euro voor een tweepersoonskamer met ontbijt. Het bed kraakte, het uitzicht was onbetaalbaar, en de gastvrouw zette om zeven uur zelfgebakken brood op tafel.
Vijf etappes, één koffer
Wij liepen van Schonach naar Titisee in vijf dagen: elf, negen, dertien, acht en tien kilometer. De bagage ging elke ochtend met de taxi mee naar het volgende pension — vijftien euro per stuk, te regelen via het toeristenbureau in Titisee-Neustadt.
Wie het korter wil: van Schonach kun je vier dagwandelingen maken zonder één keer te verhuizen. Op elke etappe rijdt een bus, en de Konus-gastenkaart die je pension verstrekt, maakt het openbaar vervoer gratis.
Zo plan je deze week
Vijf etappes tussen Schonach en Titisee, met bagagevervoer en een bus op elke etappe. Vlak tot licht glooiend, en nergens meer dan tweehonderdvijftig hoogtemeters per dag.
5 etappes · 8–13 km per dag
Vlak tot licht glooiend
Bagagevervoer € 15 per stuk per etappe